|
|
|||||||||||||||
| over deze site | sitemap | contact | ||||||||||||||||
|
Strategisch plan van de haven van AntwerpenStand van zakenOeveroverschrijdend procesMidden 2006 is het Tussentijds Strategisch Plan (.pdf, 1,1 MB) opgemaakt voor de bevoegde minister. Het Tussentijds Strategisch Plan:
Het steunt in belangrijke mate op het Basisdocument voor het plan-MER en deels ook op het Ontwerp-deelstrategisch plan Rechteroever en het Voortgangsrapport en Geactualiseerde Principes Linkerscheldeoever. Proces en rapportering per oeverOp Rechteroever is midden 2004 een ontwerp-deelstrategisch plan Rechteroever uitgewerkt met daarin:
Voor Linkeroever zijn in april 2004 geactualiseerde Principes voor het Strategisch Plan goedgekeurd. Ze benaderden de ontwikkeling van het gebied op een heel nieuwe wijze: ze vertrokken weliswaar van de oorspronkelijke ambities, neergeschreven in de Principes van 1999, maar hielden beter rekening met de Europese bescherming van de betrokken vogelsoorten, hun leefgebieden en de beschermde habitats in de speciale beschermingszones in het studiegebied. Na onderzoek van de verschillende scenario’s is gekozen voor gecombineerde ontwikkeling van haven en natuur. Vanuit haveneconomisch standpunt is de verkenning en vergelijking van diverse ontwikkelingsscenario’s voor de haven een rationele zaak. Elk alternatief heeft immers ingrijpende en in vele opzichten onomkeerbare gevolgen voor de ruimtelijke organisatie van het gebied. Elk alternatief moet dan ook op al zijn aspecten worden beoordeeld en afgewogen vooraleer definitief gekozen wordt voor één specifiek scenario en – in een latere stap – voor een variante of een project. Omdat havenplannen en -projecten zulke ingrijpende gevolgen hebben, moeten zij een maatschappelijk afwegingsproces doorlopen waarin ook niet-economische kosten en baten in overweging genomen worden. Voortgangsrapporten bevatten in essentie een streefbeeld. Pas in de latere ontwerpversie worden ook aspecten van de realisatie van de strategische plannen toegevoegd. Het streefbeeld schetst een toekomstbeeld van het gehele studiegebied op de lange termijn. Door de krachtlijnen van een voortgangsrapport goed te keuren, verbinden de partners er zich toe om het toekomstbeeld als leidraad voor hun handelen te hanteren – eventueel tot het in consensus wordt bijgesteld. |
|||||||||||||||
Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken, afdeling Beleid
Koning Albert II-laan 20, 1000 Brussel